Kees Hos uit Westerland vertelt over de visserij op de Zuiderzee in de periode van rond 1900 tot aan 1932, het jaar waarin de Afsluitdijk werd voltooid en de Zuiderzee veranderde. In die tijd speelde de visserij een belangrijke rol in de voedselvoorziening van de groeiende steden. Vissers haalden onder andere bot, schar, paling, haring en ansjovis uit de Zuiderzee. De vis werd vaak levend en zonder ijs aan wal gebracht, waarna visventers langs de deuren trokken of de vangst werd verkocht op vismarkten waar dienstbodes hun inkopen deden.

Vooral haring werd op allerlei manieren verwerkt, wat in veel plaatsen rond de Zuiderzee voor werkgelegenheid zorgde. Het leven van de vissers werd sterk bepaald door de seizoenen. In de winter trok de bot naar dieper water buiten de Zuiderzee, terwijl haring en ansjovis juist tijdelijk naar het gebied kwamen om te paaien. Deze vissen verbleven daar slechts anderhalve tot twee maanden per jaar. In dezelfde winterperiode vond ook veel schelpdiervisserij plaats. Op Wieringen werd bijvoorbeeld volop gevist op alikruiken en later ook op wulken.

Deze video is gemaakt ter ondersteuning van het lespakket ‘Vissersverleden verbindt toekomst en heden’ voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool. Aan het project werkten de Stichting Varend Erfgoed Kolhorn, de Historische Vereniging Kolhorn, Museum de Turfschuur, Stichting Cultuur in de Noordkop en projectmanager Wendy Dubbeld mee. De opname, montage en publicatie van de video via SchagenPLUS werden verzorgd door Stichting Cultuur in de Noordkop.

Door Redactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *